Persoonlijke ervaringen: loonsverhoging

In dit artikel

Als Anaïs op haar werk deelt dat ze zwanger is, is dat voor haar werkgever aanleiding om eerder gemaakte afspraken over loonsverhoging niet na te komen. 

 

Voordat ze aan haar nieuwe baan begint, maakt Anaïs met haar werkgever duidelijke afspraken. “We kwamen overeen dat als mijn contract zou worden omgezet in een contract voor onbepaalde tijd ik loonsverhoging zou krijgen.” 

Vlak na het tekenen van het contract, komt Anaïs erachter dat zij zwanger is. “Ik heb dit vrijwel direct aan mijn werkgever verteld. Na zes maanden in dienst zou ik ongeveer vijf maanden met verlof gaan .” Een maand voordat zij met verlof gaat, besluit de werkgever het contract van Anaïs te verlengen. Ze krijgt een aanstelling voor onbepaalde tijd, maar niet de afgesproken salarisverhoging. 

 “Ik kreeg opeens te horen dat ik een jaar in vaste dienst moest zijn, voordat kon worden beoordeeld of ik überhaupt in aanmerking zou komen voor loonsverhoging. ” 

Anaïs spreekt haar werkgever erop aan dat de afspraken die zij met elkaar hebben gemaakt niet worden nagekomen. De gesprekken daarover lopen echter op niets uit. Uiteindelijk stelt Anaïs voor om na twaalf maanden dienstverband met elkaar te bespreken of zij loonsverhoging kan krijgen, nota bene het eigen, eerdere voorstel van de werkgever. Maar ook hiermee wordt opeens niet meer akkoord gegaan. “De werkgever wilde de periode van mijn verlof niet meetellen en stelde voor om het moment van mogelijke loonsverhoging uit te stellen totdat ik daadwerkelijk twaalf maanden had gewerkt. Dit betekende dat ik door mijn verlof vijf maanden langer zou moeten wachten op een eventuele loonsverhoging. Het argument dat hierbij werd gegeven was dat ‘mannelijke collega’s ook twaalf maanden moeten werken voordat ze salarisverhoging krijgen.’ Dat principe zou ook voor mij gelden. Dat ik met zwangerschapsverlof ging, was pech voor mij!” 

Anaïs legt de casus telefonisch voor aan een medewerker van het College voor de Rechten van de Mens. Zij laten haar weten dat hier sprake is van zwangerschapsdiscriminatie. “Ik heb mijn werkgever hier niet mee geconfronteerd, omdat ik vlak voor mijn bevalling geen zin had in alle onrust en stress die het zou opleveren. Voordat ik met verlof ging heb ik mijn werkgever wel gevraagd om duidelijk aan te geven wanneer we dan wel zouden spreken over mijn salarisverhoging. Hierop heb ik nooit een reactie gekregen.” 

Als Anaïs na haar verlof weer aan het werk gaat, blijkt dat intern de regels zijn veranderd. Het is nog maar op één moment in het jaar mogelijk om salarisverhoging te krijgen. “Voor mij betekende dit nog meer vertraging. Het zou nu tien maanden langer duren dan aanvankelijk afgesproken om voor een salarisverhoging in aanmerking te komen. Eerst werd het moment uitgesteld vanwege mijn zwangerschap en vervolgens vanwege het aanpassen van de interne regels. De afspraken die we hadden gemaakt voordat ik aan deze functie begon, legde de werkgever eenvoudigweg naast zich neer.” 

Anaïs kan zich er nog steeds boos om maken. “Dit is dus hoe de loonkloof tussen mannen en vrouwen ontstaat. Vanwege mijn zwangerschapsverlof zou ik maanden langer moeten wachten op loonsverhoging dan aanvankelijk afgesproken. Zo’n achterstand blijft je achtervolgen en betekent dat je simpelweg veel inkomen misloopt. Het niet nakomen van afspraken en de discriminatie in verband met mijn zwangerschap hebben voor mij het vertrouwen in mijn werkgever zo geschaad dat ik op zoek ben gegaan naar ander werk. Het is weinig motiverend om te werken voor een werkgever die je niet kunt vertrouwen en die vrouwenrechten met voeten treedt.” 

 

De naam in dit stuk is om privacyredenen gefingeerd.